Ik ren en ren en ren

foto-3

Terwijl ik in de metro sta, pompt de adrenaline nog meer door m’n ledematen. Al die hardlopers, die opgewonden rumoer veroorzaken, die praatjes met elkaar maken als was één familie. Ik pluk zenuwachtig aan mijn startbewijs op mijn buik. Check, ‘ie zit goed.
‘Jorieke’ en ‘1/4 Marathon’ valt er vanaf te lezen. Vriendin Jojanneke glimlacht moederlijk en lief naar me (ik moet een paar keer panisch uit m’n ogen hebben gekeken gok ik). ‘Komt goed Jo’tje, jij kan dit’. 

Om 10 uur sta ik in het startvak. Jojanneke heeft me uitgezwaaid en wacht me op bij de finish. Lotte en haar vader rennen ook maar starten een golf eerder. Genoeg tijd om even rond te kijken en nog honderd keer te bedenken hoe het zover heeft kunnen komen :) Ik had nooit gedacht 10 kilometer achter elkaar te kunnen rennen. Ik heb er goed voor getraind en ik voel een enorme zin opkomen. Let’s run!!

Achter mij hoor ik een man bellen. ‘Ik ga eruit stappen. Ik voel me echt niet goed. Het zal niet lukken’. Ik wil me om draaien en de man bemoedigend aankijken, maar hij is al een weg terug aan het banen. Ah :( Ondertussen worden we als renners goed aangemoedigd en uitgedaagd tot olijke danspasjes en het doen van de wave.
Whaaaaa! Nog tien minuten.

Het startschot heeft geklonken. Joehoeeeee! In een stoet hobbelen we op pad, de eerste meters langzaam op gang komend. Lekker joggen, rustig beginnen. Ik vind het prima!

Heh, zitten we nu al op 3 kilometer?! Lekker hoor! Ik zit er goed in. De zon schijnt, de lucht is strakblauw, de lopers zitten gezellig met elkaar te kletsen. Hij gaat lekker!

Ik ren en ren en ren. Ik heb mijn blik op oneindig, en ik merk dat ik niks denk. Ik gá gewoon. Ik krijg nog meer energie van de mensen langs de kant die zwaaien, die juichen, die staan de brallen in een megafoon. Ik ren en ren en ren.

Als ik de Kralingse plas bereik krijg ik kippenvel. Aan de overkant van de plas zie ik een hele stoet renners, geregen als een kralen-ketting in regenboog kleuren. Dit is zó mooi om te zien, dat zo’n evenement duizenden mensen letterlijk op de been brengt. Dat ze samen een afspraakje hebben om een rondje te gaan rennen (HA HA HA want laten we wel wezen, eigenlijk is het ook een mal iets ;-)).

Rondom de plas staan weinig mensen aan te moedigen, is er geen muziek. Het enige wat ik hoor is een cadans van voetstappen op de bospaadjes. Alsof alle renners dit ritme willen horen en genieten van de stilte, alsof alle renners hun adem inhouden (ja dat klopt natuurlijk niet, maar ik probeer hier een absurd iets als vrijwillig 10,5 km te gaan rennen in mooie woorden te gieten….)

Na 6 kilometer staan er vrijwilligers langs de kant om bekertjes water en AA drink uit te delen. Ik wil AA. Het is chaos, wat een mierennest ineens, en ik pak een beker aan. Shit, het is water, ik geloof niet dat ik zin heb in koud geklots. Ik probeer een slok te nemen. Wat een gehannes – niet te doen, nu lijkt het of ik in m’n broek heb geplast.

Over plassen gesproken. Ik geloof dat ik moet plassen.

SHIT IK MOET PLASSEN.

Nee Jorieke je moet niet plassen, grapje van je hersenen. Vooral geen aandacht aan besteden. Niet plassen maar ploeteren.

Ik ren en ren en ren verder. Het gaat eigenlijk verbazingwekkend lekker, al vanaf kilometer 1. Ik heb de hele tijd het gevoel dat de weg een klein beetje af loopt. Ja, dat zal ’t wezen. Lekker hoor! Bij kilometer 7 besluit ik dat ik best nog een tandje harder kan. Ik ren en ren en ren verder.

Ik heb er lol in om ondertussen te kijken wat iedereen aanheeft. Collega’s die samen rennen, vriendinnen die zich volledig in het roze hebben gehuld, mannen in (veel te…… oink) korte broeken. Ik zie iemand lopen met op haar shirt het merknaam van het computerprogramma wat we nu op ons werk zijn gaan gebruiken. Wat totáál (nog) niet gebruiksvriendelijk is, lala. Er ontstaat in mijn hoofd een sketch van een gesprek met deze dame: ‘ja hoi jij ook hier?! Zeg jullie systeem is dus nogal ongebruiksvriendelijk, vind je het lastig om met dit t-shirt te lopen?!’ Ik bedenk grinnikend dat dit voor ons allebei niet loop-verhogend zal zijn. Ik zie collega’s op mijn werk al hinnikend achter hun bureau, ‘LIEP ZE DAAR ECHT MEE OP HAAR SHIRT?’ 😉
Okee, nu weer normaal doen Jorieke.

Ik ren en ren en ren. De kilometers vliegen voorbij. Ik heb er zoveel lol in, mijn benen gaan vanzelf. Bij kilometer 8 gaat het nog steeds als vanzelf. Ik vind dat ik nog sneller kan, er valt nog meer uit te halen! Inmiddels ren ik niet meer, ik lijk te vliegen over het asvalt. Ja hoi, ik geloof het ook niet. Ik heb zonder gekheid in de laatste acht jaar 5 keer ‘start to run met Evi’ gedaan om 5 km te kunnen hardlopen. Nooit afgerond. Vaak haakte ik af om het een half jaar later weer eens te proberen. Vorig jaar maakte ik een afspraak met mezelf. Ik besloot: trouw zal ik trainen voor de 8 km van Amsterdam. Ben ik het daarna zat, dan trek ik nooit meer hardloopschoenen aan.

Zat was ik het dus niet na die 8 km wedstrijd in oktober. Ik was op een gegeven moment de voor mij magische 5 km grens voorbij. Het trainen werd geen trainen meer, maar een way of life (okeeeeee, gewoon doen nu, zweefmodus uit en even lekker doorrennen met beide benen op de grond (HÁ HÁ)).

Bij kilometer 9 klappen de mensen langs de kant, schalt er muziek uit benedenwoningen. ‘Nog 1 kilometer!’, wordt er geschreeuwd. Een mevrouw brult herhalend in Rotturdahams accent: ‘Seuw joh hééé, jullie lopuh lekker te lopuh joh! Je ben’ter bijnaaaaa!’ Hahahaha, bedankt mevrouw, ik loop lekker te lopen mede dankzij mensen als u!

De finish komt steeds dichterbij. Ik krijg een beetje een brok in mijn keel. Ik vind het te gek dat er zoveel mensen op de been zijn. Lopers en aanmoedigers, allemaal goed gezind. Tussen alle herrie op het nieuws van afgelopen weken, zijn we gelukkig ook nog in staat om met duizenden mensen een gezamenlijk en sportief feestje te bouwen. In harmonie. Wildvreemden die wildvreemden aanmoedigen. Hoe tof is dat?!

Nog 250 meter. Inmiddels ben ik compleet buiten adem en ik pers alles eruit. Ik sprint de hardloopschoenen van m’n lijf, glimlach breed als ik over de finish kom. Ik wilde in 1 uur en 10 minuten binnen zijn en daar zit ik, snel rekenend, iets van 5 minuten onder. JOEHOEEEE DANSENNNN!

Blij zie ik Lotte, haar vader (super goed gedaan allebei!) en later Jojanneke. Wow wat ben ik trots op mezelf! Het ging zó lekker en ik had er zoveel lol in! De medaille bungelt blij rond mijn nek en een enorme runnershigh neemt het over. Ik krijg een banaan aangereikt en ik prop ‘m naar binnen zonder veel vrouwelijke charme. Past prima in het plaatje van plakken door het zweet en rondvliegende AA drink en kwijlophopingen in m’n mondhoeken. Ik dacht ’t er gewoon maar even van te nemen.

We gaan aan een lekkere lunch op een terras in de zon, en aan een welverdiende grote kop koffie. Ik praat honderduit en vertel aan Jojanneke hoe het was, hoe het ging. Ik had echt de best betrokken supporter mee (en die Brooks run gaan we samen rocken hoor Jo!!!).

Terwijl ik mijn broodje naar binnen schrok bedenk ik me iets.

Ik moest ongelooflijk nodig plassen.

En ik ren en ik ren en ik ren…

 

4 gedachten over “Ik ren en ren en ren

  1. Judith

    Hahaha heel grappig! Vooral het gedeelte over die vrouw met dat t-schirt :) Hele gesprekken kan je dan in jezelf voeren he 😉

    Reageren
  2. Maria

    Heel leuk om te lezen. Het is niet mijn ambitie om 10 km hard te kunnen lopen, maar die gekke gedachten onderweg kan ik me dan weer wel goed voorstellen. Echt een prestatie, day je het voor elkaar had. Leuke blog!

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *