‘Ik ren niet weg, ik vlieg’

JORIEKE – Ik probeer het nog een beetje te deppen met mijn vingers. Zachtjes mijn neus op te halen. Het geluid te smoren. Onbegonnen werk. Grote dikke tranen rollen over mijn wangen. Druipen mijn shirt in, laten vegen achter op mijn wang. Nou ja, laat ik dan mijn sjaal maar gebruiken om alles op af te smeren. Ik huil niet snel bij films, maar wat ik metersgroot voor me zie, raakt me enorm. Familie met een hoofdletter. 

fambelier

Ik kijk in de bioscoop naar La Famille Bélier. Een film over Paula dat prachtig kan zingen en te horen krijgt dat ze auditie mag doen in Parijs. Maar van huis moeten ligt een beetje ingewikkeld. Haar gezin runt een boerenbedrijf. Haar ouders en broertje zijn doofstom, en hebben zich afhankelijk gemaakt van Paula. Het is een liefdevol gezin, en een tikkie gestoord.

Dan de scene die me zo ontroerde, waarbij Paula auditie doet. Moooooooi. Het lied wat ze zingt heet ‘Je vole’, zoek eventueel de (volledig) vertaalde tekst op (sowieso zeg ik, ga de film zien. Genieten. Dan zie je ook hoe mooi die auditie wordt uitgewerkt, omdat ze het ook in gebarentaal doet).


Lieve ouders, ik ga / ik hou van jullie, maar ik ga / vanaf vanavond ben ik geen kind meer / ik ren niet weg, ik vlieg / begrijp het goed, ik vlieg / ik vlieg, ik vlieg

Het raakte me zo omdat mijn broers en ik van mijn ouders enorm mochten uitvliegen. Als jong volwassenen studeren, wonen en werken in een stad 140 km verderop. Onze horizon verbreden, onszelf ontwikkelen. Uit de vertrouwde schaduw van ouderlijke vleugels.

Vast dat ze me wel eens met een brok in hun keel lieten gaan. Die brok had ik in ieder geval wel. Soms wilde ik blijven. In het lieve kleine dorpje, beschermd en gemoedelijk. Dan zat ik in bus, metro, trein en tram terwijl het water en het groen langzaam veranderde in grote verkeersaders, grijze gebouwen, snelwegreclame. Dan wilde ik terug.

Maar eenmaal aangekomen in de stad, lukte het het me altijd weer om mijn route te vinden. Dat heb ik gelukkig geleerd: waar ik ook ben, het lukt me om er iets van te maken. Dat optimisme moet ik van huis uit hebben meegekregen. Doe het met wat je hebt, wees tevreden, en vind je weg.

De hoofdstad kreeg me al snel te pakken. Zoveel nieuwe vrienden om te ontmoeten, zoveel restaurantjes om te bezoeken, zoveel mooie plekken om te ontdekken. Ik genoot van het studeren, van studentikoziteit, van het werken. Amsterdam was niet meer de Kalverstraat, de Dam en Madame Tussauds. Het was al die straten waar vrienden woonden, waar zoveel te doen was, waar je je altijd kon omgeven met bedrijvigheid. Amsterdam veroverde mijn hart.

En dat doet het nog steeds. Ik kan gerust voor de duizendste keer langs het Amstelhotel en Carré fietsen, en opnieuw verrukt raken van de schoonheid van de stad. Van de ruwheid. De echtheid. Van de Zuidas tot de Negen Straatjes, van de Dappermarkt tot het Rijks.

Twee fijne werelden zijn vervlochten, spelen een rol in mijn leven. Mijn Zeeuwse roots, mijn Amsterdamse jaren. Ik kan dichten van de schoonheid van beide plekken. Het strand, de zee, de grachtengordel, het Vondelpark. Maar weet je wat het eigenlijk is? De schoonheid zit hem in de mensen. Die mijn naam kennen. Die zeggen: ‘He Joriek, kom gauw binnen, wil je thee?’ Dat is thuis. In beide werelden. Dat idee doet m’n hart dansen :)

Ik vloog uit. Ik vond op meerdere plekken een thuis. Maar dat kon alleen omdat de basis vanuit mijn gezin zo goed was. Omdat ik een zetje in de rug kreeg, volgestopt met liefde.

En het gegeven dat ik altijd weer thuis mocht komen.

IMG_2525

8 gedachten over “‘Ik ren niet weg, ik vlieg’

  1. lia

    Mooi hoor Jorieke, ontroerend. en die brok hadden we zeker, en nog steeds als jullie weer weggaan is het even slikken. Maar des te fijner als jullie weer thuiskomen. Wat een feest!
    En die film gaan we zeker zien!

    Reageren
  2. tante Ina

    lieve Jorieke, van harte gefeliciteerd met je verjaardag op deze mooie Pinksterdag. Mooie blog, mooie foto…

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *